boksen
onzijdig (het)/ˈbɔksə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (sport) een tactische vechtsportBoksen is een gevaarlijke vechtsport met grote kans op hersenletsel.
werkwoord
- (ov) vuistvechten als sportHij heeft zijn laatste wedstrijd gebokst en verloren.
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘met de vuist vechten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1808
Uitdrukkingen
- Iets voor elkaar boksen — Door veel inspanning te leveren ervoor zorgen dat iets moeilijks lukt
Vertalingen
Engelsboxing, box
Fransboxe, boxer
DuitsBoxen, boxen
Spaansboxeo, boxear
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek