bond

mannelijk (de)/bɔnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. samenwerkingsverband van mensen of landen
    Syrië is voor Poetin ook een testcase om te kijken hoe ver hij kan gaan. Parallellen die worden getrokken met het falen van de Volkerenbond in Ethiopië en het testen van Hitlers nieuwe arsenaal in de Spaanse burgeroorlog vanaf 1936 zijn niet helemaal uit de lucht gegrepen. Marcel Kurpershoek NRC 23 februari 2016
  2. vereniging
    FNV Kiem, de bond voor kleine zelfstandigen in de creatieve sector, houdt per 1 juli op te bestaan. Een meerderheid van de huidige 28.000 leden stapt toch over naar de fusiebond FNV, die in 2015 ontstond. NRC 13 juni 2016
zelfstandig naamwoord
  1. financieel, economie (financieel) (economie) obligatie

Etymologie

*uit het Engels

Vertalingen

Engelsassociation, federation, league
Spaansfederación, lazo