bondgenoot
mannelijk (de)/ˈbɔntxəˌnot/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (militair) een andere macht waarmee een afspraak gemaakt is aan dezelfde zijde te zullen strijdenHet Vaticaan en de VS zijn bezorgd over Polen, dat zowel geopolitiek als religieus geldt als belangrijke bondgenoot.Stéphane Alonso NRC 2 juni 2016De dertiende van deze maand werd er een verdedigingspact tussen de Sovjet-Unie en Engeland gesloten, tegenwoordig dus bondgenoten.
- iemand waarmee je samenwerkt en die je steuntWorstelaar Hulk Hogan blijkt een onverwachte bondgenoot in de ring te hebben in zijn strijd tegen roddelsite Gawker. Peter Thiel betaalde volgens Forbes de kosten voor de rechtszaak. Hans Klis NRC 25 mei 2016De Russische kerk als slaafse bondgenoot van Vladimir Poetin[https://www.nrc.nl/nieuws/2026/02/19/de-russische-kerk-als-slaafse-bondgenoot-van-vladimir-poetin-a4920575 www.nrc.nl (19 feb 2026)]Spartacus had dus de best denkbare bondgenoot gekregen in de aanstaande oorlog.
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘deelgenoot, helper’ voor het eerst aangetroffen in 1599
Vertalingen
Engelsally
Fransallié
DuitsBundesgenosse
Spaansaliado
Zweedsbundsförvant
Deensforbundsfælle, allieret
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek