bonuskaart

mannelijk/vrouwelijk (de)/'bonʏskart/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kaartspel (kaartspel) een extra kaart die door een bepaalde uitkomst of gewonnen slag uit een stapel getrokken mag worden
  2. kaart waarmee vaste klanten gebruik kunnen maken van kortingsacties

Etymologie

*[1] In de betekenis van “troefkaart”, aangetroffen in 1983, voor een vindplaats zie hieronder, in de betekenis van “klantenkaart”, voor het eerst aangetroffen in de jaren 1980.