boon

mannelijk/vrouwelijk (de)/bon/

Wat is de betekenis van boon?

boon betekent: (voeding) zaadje uit de peulvrucht van enige vlinderbloemige planten, waarvan men alleen de zaden ofwel de gehele vrucht eet

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) zaadje uit de peulvrucht van enige vlinderbloemige planten, waarvan men alleen de zaden ofwel de gehele vrucht eet
  2. bloemplanten (bloemplanten) bepaald soort vlinderbloemige plant met rode, witte of paarse bloemen, , waaruit de eetbare peulvruchten groeien
  3. bloemplanten (bloemplanten) bepaald soort vlinderbloemige plant met witte bloemen, , witte of paarse bloemen, waaruit de eetbare peulvruchten groeien

Betekenis en uitleg van boon

Een boon is een eetbare peulvrucht die vaak wordt gekweekt voor zijn zaden. Het is een veelzijdig ingrediënt dat in veel gerechten voorkomt, van salades tot soepen en stoofschotels.

Het woord 'boon' wordt vaak gebruikt om verschillende soorten peulvruchten aan te duiden, zoals kidneybonen, zwarte bonen en witte bonen. In de keuken zijn bonen populair vanwege hun voedzame eigenschappen en de eiwitten die ze bevatten, waardoor ze een uitstekende vleesvervanger zijn. Daarnaast kom je het woord ook vaak tegen in de context van tuinieren, waar het verwijst naar de plant die de bonen produceert.

Voorbeelden

  • Na een stevige wandeling genoot ik van een heerlijke bonensoep met verse kruiden.
  • In de moestuin van mijn opa groeien er verschillende soorten bonen, elk met hun eigen kleur en smaak.
  • Tijdens de vegetarische kookworkshop leerden we hoe je bonen kunt bereiden voor een voedzame maaltijd.

Woordoorsprong

Het woord 'boon' stamt af van het Oudnederlands 'bōna', wat ook verwijst naar peulvruchten. Het is verwant aan het Engelse 'bean'.

Veelgestelde vragen over boon

Wat is de betekenis van boon?

boon betekent: (voeding) zaadje uit de peulvrucht van enige vlinderbloemige planten, waarvan men alleen de zaden ofwel de gehele vrucht eet

Hoeveel betekenissen heeft boon?

boon heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft boon?

boon is een mannelijk/vrouwelijk (de).

Wat zijn synoniemen van boon?

Synoniemen van boon zijn: gewone boon, labboon, tuinboon.

Etymologie

*van Middelnederlands "bone", in de betekenis van ‘zaad van peulvrucht’ voor het eerst aangetroffen in 1210

Uitdrukkingen

  • een heilig boontjeiemand die heel braaf is, of zich eerder uit schijnheiligheid zo voordoet
  • in de bonen zijnin de war zijn
  • je eigen boontjes doppenzelfstandig zijn, voor jezelf kunnen zorgen
  • ieder boontje geeft zijn toontje
  • boontje komt om zijn loontje
  • gezegd van iemand die na een misstap zijn verdiende straf krijgt
  • Een blauwe booneen kogel
  • Honger maakt rauwe bonen zoetwanneer iemand echt honger heeft kan die dingen eten die die normaal niet lust

Vertalingen

Engelsbean, haricot
Fransharicot
DuitsBohne
Spaansjudía, alubia, frijol
Italiaansfagiolo, fagiolino
Portugeesfeijão
Japans
Koreaans
Poolsfasola
Zweedsböna