boord
Wat is de betekenis van boord?
boord betekent: (m) (n) (scheepvaart) het dek van een schip
Betekenis
- (m) (n) (scheepvaart) het dek van een schip
- (m) (n) (textiel) de verbrede bovenrand van een hemd rond de nek
- (m) oever
- (m) "rand"
Voorbeelden van "boord" in een zin
- In vroeger tijden was een valreep een touw met knopen waarmee men op het allerlaatste moment aan boord van een afvarend schip kon klimmen.
Betekenis en uitleg van boord
Het woord 'boord' verwijst naar de rand of zijkant van een voorwerp, vaak in de context van kleding, schepen of andere objecten. Het kan ook de rand van een oppervlak aanduiden waar iets kan worden vastgehouden of waar iets op kan rusten.
Je gebruikt 'boord' vaak als je praat over de afwerking of het ontwerp van kledingstukken, zoals een boord aan een jas of een shirt. Daarnaast wordt het ook gebruikt in de scheepvaart, waar de boord de zijkant van een schip aanduidt. Het woord kan verschillende nuances hebben afhankelijk van de context, zoals een nette afwerking of een functionele rand.
Voorbeelden
- De nieuwe jas heeft een mooie, geborduurde boord die het geheel een chique uitstraling geeft.
- Tijdens de zeiltocht moesten we goed opletten dat we niet te dicht bij de boord van het schip kwamen.
- Ze besloot de tafel te dekken met een tafelkleed dat over de boord van de tafel hing.
Woordoorsprong
Het woord 'boord' stamt waarschijnlijk af van het Oudnederlandse 'borde', wat 'rand' of 'zijkant' betekent. Dit sluit aan bij verwante woorden in andere Germaanse talen.
Veelgestelde vragen over boord
Wat is de betekenis van boord?
boord betekent: (m) (n) (scheepvaart) het dek van een schip
Hoeveel betekenissen heeft boord?
boord heeft 4 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft boord?
boord is een mannelijk (de).
Hoe gebruik je boord in een zin?
Voorbeeld: “In vroeger tijden was een valreep een touw met knopen waarmee men op het allerlaatste moment aan boord van een afvarend schip kon klimmen.”
Etymologie
* In de betekenis van ‘rand’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 701
Uitdrukkingen
- aan/van boord gaan — het schip betreden/verlaten
- aan boord zijn — verblijven in een boot of ander voertuig
- dat boordje moet nog gesteven
- kantje boord — iets dat nog maar net goed ging
- iets goed aan boord leggen — iets moeilijks oplossen