boordlicht
onzijdig (het)/ˈbortlɪxt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheepvaart) lantaarn aan de zijkant van een schipDeze lantaarns zijn rood aan bakboord en groen aan stuurboord en ze zijn zo ingericht dat je beide lantaarns alleen tegelijk ziet als je je recht voor het schip bevindt.Met de visserij gaat het minder: met deze tak van maritieme voedselvoorziening is het bijna gedaan. Straks doet de laatste Nederlandse haringvisser het boordlicht uit.
- (luchtvaart) lamp aan de zijkant van een vliegtuigDeze lampen zijn links rood en rechts groen gekleurd en zitten aan de uiteinden van de vleugels.Aan het slot draait een speelgoedvliegtuigje rondje in de lege ruimte. De boordlichten branden.
- schijnsel van een lantaarn aan de buitenkant van een schip of vliegtuigIn de boordlichten van de Black Hawk lichten stroken asfalt glanzend wit op.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek