bouwhoek
mannelijk (de)/'bɔuhuk/
Wat is de betekenis van bouwhoek?
bouwhoek betekent: deel van een ruimte of lokaal waar men iets kan bouwen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- deel van een ruimte of lokaal waar men iets kan bouwen
- (landbouw) gebied waar landbouw bedreven kan worden
Voorbeelden van "bouwhoek" in een zin
- Kinderen (en ouders) kunnen ook zelf de handen uit de mouwen steken in de bouwhoek. De entree bedraagt twee euro. Tubantia 30-07-13 [https://www.tubantia.nl/enschede/kunstwerken-van-blokjes-op-lego-dagen-in-boekelo~abc06a6b/ Kunstwerken van blokjes op Lego-dagen in Boekelo]
- In de binnenspeeltuin zijn er leuke glijbanen, klimhuisjes, bouwhoeken, fietsen en ook daar is een kaboutertrein. De Telegraaf 06 jun. 2013 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/1103314/k-inder-kabouterland KInder Kabouterland]
- Jonathan van Vulpen (4) zit in groep 1: "Ik ben gelukkig als ik met mijn broertjes en mama ben en als ik school speel in de ziekenhuishoek en de bouwhoek." NRC 17 mei 2017 [https://www.nrc.nl/nieuws/2017/05/17/de-blije-gezichten-van-ede-a1559235 De blije gezichten van Ede]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek