brandhaar

/ˈbrɑnthar/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verdedigingsmechanisme van verschillende dieren, zoals kwallen, bestaande uit broze, met gif gevulde haren die bij aanraking een pijnlijk gevoel geven
  2. verdedigingsmechanisme van verschillende planten, zoals brandnetels, bestaande uit broze, met gif gevulde haren die bij aanraking een pijnlijk gevoel geven