brandhout
onzijdig (het)/ˈbrɑnthɑut/
Wat is de betekenis van brandhout?
brandhout betekent: hout dat gebruikt wordt om te verbranden
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- hout dat gebruikt wordt om te verbranden
- hout van een te slechte kwaliteit om er iets van te maken
Voorbeelden van "brandhout" in een zin
- Het brandhout was bijna op, dus werd er een boom omgehakt.
- De geur van groene zeep, het geknetter van het verse en harsrijke brandhout in de speksteenkachel en het vliesje ijs op de pis waren dus een reinigingsbad voor zijn ziel, een verheven herinnering aan hoeveel hij aan God te danken had.
- De bank was gemaakt van brandhout en stortte meteen in elkaar toen de jongen erop ging zitten.
Vertalingen
Engelsfirewood, lumber
Spaansleña
Chinees木材
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek