brandmerk
onzijdig (het)/'brɑntmɛrk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- door branden of schroeien gemaakt merkteken op voorwerp of dier ter herkenningAlle koeien moesten worden gebrandmerkt met het teken van de eigenaar.
- door schroeien gemaakt merkteken op een misdadiger, ook in figuurlijke zinNadat de 22-jarige tennisser in de zomer van 1997 voor het eerst de gevestigde orde uitdaagde door vanuit het niets de derde ronde te bereiken op Wimbledon, proefde hij de afgelopen tijd dat hem het brandmerk van eeuwig talent werd opgedrukt. NRC Robèrt Misset 27 mei 1998
Etymologie
* , het Engelse brand als commerieel merk komt hier vandaan
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek