brassband
mannelijk (de)/ˈbrɑːzbɛnt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziek) een orkestvorm waarin alleen koperen blaasinstrumenten worden gebruiktDe brassband gaf een geweldig concert.
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘band van blaasinstrumenten en drums’ voor het eerst aangetroffen in 1984
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek