breedheid
vrouwelijk (de)/ˈbrethɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- zienswijze of omvang die ruimte biedt voor veel verschillende invalshoekenVolgens Bert Vuijsje kenmerkten de jazzrecensies van Pé zich door eruditie, Bourgondische charme, spiritualiteit, breedheid en openheid van visie.Het is alles behalve oubollig. Ik maak de overstap, omdat ik zo ongelooflijk van die breedheid in de muziek houd. Er zijn 5 prachtige decennia popmuziek en daar kun je uit putten. Een goudmijn. Als je Radio 2 aanzet, hoor je eigenlijk het 3FM van een paar jaar geleden. Tubantia M. van Leeuwen 31-07-15 [https://www.tubantia.nl/show/gerard-ekdom-verwacht-tranen-bij-afscheid-3fm~aebf6ae1/ Gerard Ekdom verwacht tranen bij afscheid 3FM]
- (pejoratief) veel woorden gebruiken om iets te zeggen"Ik was er zelf al eens mee begonnen, maar pas bij mijn tweede levensjaar was ik al op pagina tachtig. Ik heb de neiging tot enige uitbundige breedheid", vertelde Westbroek in het programma 't Wordt nu laat op NPO Radio 2. De Telegraaf 21 juni 2017 [https://www.telegraaf.nl/entertainment/1353426/biografie-over-henk-westbroek-op-komst Biografie over Henk Westbroek op komst]
Etymologie
* afleiding van breed
Vertalingen
Engelsbroadness, breadth, width
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek