uitgebreidheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. hoe uitgebreid iets is
    De nota met daarin richtlijnen voor het toestaan van horeca op bedrijventerreinen is volgens de belangenorganisatie 'onder tijdsdruk' tot stand gekomen. Tegelijkertijd is het een rapport dat 'door zijn uitgebreidheid en ogenschijnlijke verdieping zand in de ogen van de lezer strooit'. Tubantia 10-01-11 [https://www.tubantia.nl/almelo/horeca-nederland-schippert-met-horeca-op-bedrijventerreinen~acd96114/ Horeca Nederland schippert met horeca op bedrijventerreinen]

Etymologie

* afleiding van uitgebreid

Vertalingen

Engelsbulk, dimension, extend
Spaansextensión, tamaño