grootte

vrouwelijk (de)/ˈɣrotə/

Wat is de betekenis van grootte?

grootte betekent: mate waarin iets of iemand groot is, de afmeting

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. mate waarin iets of iemand groot is, de afmeting

Voorbeelden van "grootte" in een zin

  • Een meloen ter grootte van een voetbal.
  • Nadat zo'n zwart gat is gevormd, kan het toenemen in grootte door materie uit de omgeving op te nemen.
  • Niet zo gek dus dat ook de geboorte van de maan is toegeschreven aan de catastrofale inslag van de pasgeboren aarde met Theia - een hypothetische protoplaneet ter grootte van Mars.

Etymologie

*van Middelnederlands "grote", op te vatten als afgeleid van "groot" , in de betekenis van ‘afmeting’ aangetroffen vanaf 1287

Vertalingen

Engelssize
Franstaille, grandeur
DuitsGröße
Spaanstamaño
Poolsrozmiar