breukstreep

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈbrøkstrep/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een streep die teller en noemer van elkaar scheidt in een deling
    Het jaar 1982 vormde een keerpunt. CDA en VVD brachten de quote in de periode tot 1990 eendrachtig met zeven punten omlaag, daarbij overigens geholpen door het krachtige economische herstel uit de tweede helft van de jaren tachtig. Vervolgens nam een CDA/PVDA-combine het estafettestokje over. In 1994 lag de uitgavenquote weer twee punten lager op 57. Het paarse kabinet zet een reuzenstap: volgend jaar tuimelt de uitgavenquote omlaag tot 53. Opnieuw helpt de economische groei hierbij een handje. Naarmate bij een gegeven uitgavenpeil de nationale produktie het bedrag onder de breukstreep sneller toeneemt, pakt de quote lager uit ('noemereffect'). NRC F. de Kam 17 september 1996 [https://www.nrc.nl/nieuws/1996/09/17/links-of-rechts-lood-om-oud-ijzer-7324449-a1118637 Links of rechts: lood om oud ijzer]
  2. een inkeping in een tablet waardoor men de tablet makkelijk kan breken
    Zocor (tegen een te hoog cholestorolgehalte )... ja, voor de 10 mgr. tabletten moet straks u 28,14 gulden bijbetalen. Maar geen nood. De fabrikant heeft aangekondigd dat de twintig-milligramtabletten, waarvoor je niet hoeft bij te betalen, worden voorzien van een breukstreep. Dus als u een half tabletje neemt, kost het u niets. NRC S. Derix 1 februari 1999 [https://www.nrc.nl/nieuws/1999/02/01/voor-vrijwel-elk-medicijn-een-vervanger-7433304-a745271 `Voor vrijwel elk medicijn een vervanger']

Vertalingen

Engelsfraction stroke, slash