breuk

mannelijk/vrouwelijk (de)/brøk/

Wat is de betekenis van breuk?

breuk betekent: (wiskunde) de uitkomst (quotiënt) van een deling van twee of meer gehele getallen

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wiskunde (wiskunde) de uitkomst (quotiënt) van een deling van twee of meer gehele getallen
  2. een gebroken gedeelte van een object
  3. grens tussen twee aardplaten
  4. beëindiging van een relatie

Voorbeelden van "breuk" in een zin

  • Irrationale getallen zoals pi zijn geen breuk en kunnen ook niet als breuk geschreven worden
  • Je kon heel goed de randen van de breuk voelen.
  • Misschien nog ingewikkelder was het toen het uitging met mijn oudste dochter en haar vriendje......Zij gaf later aan het lastig te hebben gevonden dat ik toen niet thuis was geweest. Ze had het gevoel dat ik daardoor minder goed kon inschatten welk effect de breuk op haar had gemaakt.

Etymologie

* In de betekenis van ‘het breken, barst’ voor het eerst aangetroffen in 1240

Uitdrukkingen

  • zich een breuk lachenheel erg lachen

Vertalingen

Engelsfraction, fracture
Fransfraction
DuitsBruch
Spaansquebrado, fracción
Italiaansfrazione
Poolsułamek
Deensbrøk