bricoleren

/brikoˈlerə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. op een slimme, slinkse manier iets voor elkaar krijgen
    Het niveau van de betoogtrant is erg hoog. Ingewikkelde wetenschappelijke formuleringen en abstracte termen maken het de lezer, en zeker de hbo-student, moeilijk. Wat moet hij aan met woorden als presentisch, categorische imperatief, deïnstitutionalisering, interventionistisch, kataleptisch, actantieel, anachoretisch en bricoleren? Een verklarende woordenlijst zou handig zijn. Reformatorisch Dagblad Drs. N. C. van Velzen 04-03-2013 [https://www.rd.nl/boeken/waardevol-boek-over-communicatie-en-levensbeschouwing-1.292516 Waardevol boek over communicatie en levensbeschouwing]
    In kunstcentrum Stroom in Den Haag draait het op de sympathieke tentoonstelling There, I fixed it juist om die do it yourself-mentaliteit: om brutaal improviseren, tegendraads bricoleren, iets uitvinden wat er nog niet was met allersimpelste middelen. NRC Lucette ter Borg 14 april 2011 [https://www.nrc.nl/nieuws/2011/04/14/een-nieuwe-wijsvinger-12010698-a851094 Een nieuwe wijsvinger]
  2. op een klungelige manier iets repareren
  3. sport (sport) over de band spelen met biljart

Etymologie

* uit het Frans