Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

broebelen

/ˈbrubələ(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. beweging in een vloeistof waarbij er voortdurend bellen naar het oppervlak komen
    Op het fornuis stond een pan met witte kool, uien en aardappelen te broebelen.
  2. figuurlijk (figuurlijk) een bruisende beweging laten zien
    Toen was ineens de brandklok beginnen luiden en in een ommezien broebelde de Krakeelhoek van volk.
  3. slecht verstaanbaar of onbegrijpelijk spreken
    Ze begonnen te waggelen en te broebelen gelijk zatterikken en de een na den anderen vielen ze op den grond en snorkten, maar ook dat duurde niet lang.

Etymologie

*vermoedelijk (klanknabootsing), vergelijk brobbelen en borbelen