Broer

mannelijk (de)/brur/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. familie (familie) een mannelijk kind van dezelfde ouders
    Heijmans was van mening dat een verscheurd gezin, waarin de broer een vaderrol vertolkte, opnieuw uit elkaar gehaald dreigde te worden. Hij stond toe dat de vrouw en kinderen “richting onbekende bestemming vertrokken”, vlak voor ze op de trein richting Duitsland gezet zouden worden. Jorg Leijten NRC 16 juni 2016
    De blik die Max hierop naar zijn broertje zond sprak boekdelen.
    Overal stonden camera's. En raad eens wie er voor Nederland speelden? Inderdaad, schatten van me. Jullie. De broertjes Van der Schaaf in oranje.
  2. iets dat veel lijkt op of verwant is aan iets anders
    Ik sprong het kraakheldere water van Little Crater Lake in, een piepklein meertje van niet meer dan 30 meter breed. Niet te vergelijken met haar 10 kilometer brede broer Crater Lake waar ik een paar dagen ervoor was.

Etymologie

*Afkorting van broeder.

Uitdrukkingen

  • Ergens een broertje dood aan hebbeniets heel vervelend vinden

Vertalingen

Engelsbrother
Fransfrère
DuitsBruder
Spaanshermano
Italiaansfratello
Portugeesirmão
Russischбрат
Chinees兄弟, 哥哥, 弟弟
Japans兄弟, お兄さん
Poolsbrat
Zweedsbror
Deensbror, broder