broodvrucht

mannelijk/vrouwelijk (de)/'brotfrʏxt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. groente (groente) vrucht van de broodboom

Vertalingen

Engelsbreadfruit
Fransfruit à pain
DuitsBrotfrucht
Spaansfrutipan, fruta del pan
Portugeesfruta-pão
Russischплод хлебного дерева
Japansパンの実
Koreaans빵열매
Deensbrødfrugt