bui

mannelijk/vrouwelijk (de)/bœy/

Wat is de betekenis van bui?

bui betekent: (meteorologie) een kortstondige periode van neerslag

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. meteorologie (meteorologie) een kortstondige periode van neerslag
  2. figuurlijk, psychologie (figuurlijk), (psychologie) een voorbijgaande stemming

Voorbeelden van "bui" in een zin

  • De plotselinge bui zorgde voor veel ongelukken op de weg.
  • Hij was in een slechte bui toen hij om drie uur 's nachts gebeld werd.
  • Zijn buien van ongeduld waren verontrustend. Het gebrek aan ondernemingslust van de troepen werkte hem op de zenuwen. {{Aut|Lemaitre, Pierre
  • Het daaropvolgende uur luisterden ze naar de regen, die afwisselend op de ramen tikte en kletterde. God had ook Zijn buien.

Betekenis en uitleg van bui

Een 'bui' verwijst meestal naar een korte, heftige regenval, maar kan ook gebruikt worden om een plotselinge emotionele uitbarsting aan te duiden. Denk aan een onvoorspelbare verandering in het weer of in iemands stemming.

Het woord 'bui' wordt vaak gebruikt in de context van weersvoorspellingen, vooral als het gaat om regen of sneeuw die snel kan komen en gaan. Je kunt het ook gebruiken om een situatie te beschrijven waarin iemand bijvoorbeeld boos of verdrietig wordt zonder duidelijke aanleiding. Het heeft daardoor een informele en soms luchtige connotatie.

Voorbeelden

  • Na een lange zonnige periode kwam er ineens een bui, waardoor we snel onze picknickspullen moesten opruimen.
  • Ze had een bui van frustratie toen haar computer weer vastliep.
  • Tijdens de vergadering viel hij ineens stil, alsof hij een bui van inspiratie had gekregen.

Woordoorsprong

Het woord 'bui' komt van het Middelnederlandse 'buye', wat verwijst naar een regenval of een opwelling.

Veelgestelde vragen over bui

Wat is de betekenis van bui?

bui betekent: (meteorologie) een kortstondige periode van neerslag

Hoeveel betekenissen heeft bui?

bui heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft bui?

bui is een mannelijk/vrouwelijk (de).

Hoe gebruik je bui in een zin?

Voorbeeld: “De plotselinge bui zorgde voor veel ongelukken op de weg.

Etymologie

* In de betekenis van ‘stemming’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1786

Uitdrukkingen

  • De bui [al] zien hangenVoorzien dat iets niet goed zal aflopen
  • De bui afwachtenrustig afwachten wat voor onheil er komt
  • Voor de bui binnen zijnvoordat het slecht werd genoeg verdiend hebben

Vertalingen

Engelscaprice, whim
Spaansaguacero, chubasco, capricho