buig
/bÅyx/
Wat is de betekenis van buig?
buig betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van buigen
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van buigen
- gebiedende wijs van buigen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van buigen
Voorbeelden van "buig" in een zin
- Ik buig.
- Buig!
- Buig je?
- 'Dus ik krijg geen kusje?' Ik buig zwijgend voorover, en net voordat mijn bovenlip zijn snor raakt, wend ik me af.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek