buiger

mannelijk (de)

Wat is de betekenis van buiger?

buiger betekent: spier of spiergroep die een gewricht doet buigen

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. spier of spiergroep die een gewricht doet buigen
  2. iemand die iets buigt
  3. apparaat waarmee men iets kan buigen

Voorbeelden van "buiger" in een zin

  • De buiger van de groote Teen K. aan het opperste en achterwaards gestrekte gedeelte van het Kuitgebeente gehecht, werd beneden aan het derde gebeente van de groote Teen, ook wel aan de Tweede, vast gemaakt. (1728)–Govert Bidloo [https://www.dbnl.org/tekst/bidl001ontl02_01/bidl001ontl02_01_0096.php Ontleding des menschelyken lichaams]
  • Het mirakel is dat er al vóór 1800 glasbuigers waren in Nederland. Het dertigste jaarboek (1933) van het genootschap Amstelodamum noemt er vijf. De een maakte ‘gebooge ruiten’, de ander ‘gebogen vengster-ruiten’. Waarschijnlijk waren het maar kleine ruitjes die de buigers onder handen namen, denkt kunsthistorica Laura Roscam Abbing. Je ziet het aan de andere dingen die ze leveren: stolpen, vazen, koetslantaarnglazen en girandoles. NRC Karel Knip 16 februari 2018 [https://www.nrc.nl/nieuws/2018/02/16/gestrekt-op-een-bad-vloeibaar-tin-en-dan-de-glasbuigoven-in-a1592511 Gestrekt op een bad vloeibaar tin en dan de glasbuigoven in]

Etymologie

* afleiding van buigen

Vertalingen

Engelsflexor