buikriem
mannelijk (de)/'bœykrim/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een riem die om het middel gedragen wordt
Uitdrukkingen
- De buikriem aanhalen. — Met minder (voedsel) dan voorheen genoegen nemen.
Vertalingen
Spaanscinturón
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek