buit

mannelijk (de)/bœyt/

Wat is de betekenis van buit?

buit betekent: goederen gewonnen door diefstal of verovering

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. goederen gewonnen door diefstal of verovering

Voorbeelden van "buit" in een zin

  • Toen zij de buit wilden verdelen ontstond er al snel een handgemeen.

Betekenis en uitleg van buit

Buit verwijst naar de opbrengst of het resultaat dat je haalt uit een actie, vaak in de context van jagen of verzamelen. Het kan zowel fysiek als metaforisch gebruikt worden om iets waardevols aan te duiden dat je hebt verworven.

Het woord wordt vaak gebruikt in situaties waar iemand iets heeft verkregen, bijvoorbeeld na een succesvolle zoektocht of inspanning. In de spreektaal kan 'buit' ook een negatieve bijklank hebben, vooral als het gaat om iets dat op een oneerlijke manier is verkregen. Het gebruik van het woord kan variëren van casual tot meer formeel, afhankelijk van de context waarin het wordt toegepast.

Voorbeelden

  • Na een lange dag in het bos kwam hij thuis met een mooie buit aan paddenstoelen.
  • Tijdens de veldtocht was de buit aan goud en juwelen overweldigend.
  • Zij beschouwde de nieuwe klanten die ze had binnengehaald als de buit van haar marketinginspanningen.

Woordoorsprong

Het woord 'buit' stamt af van het Oudnederlands 'būti', wat 'opbrengst' of 'voordeel' betekent, en is verwant aan het Duitse 'Beute'.

Veelgestelde vragen over buit

Wat is de betekenis van buit?

buit betekent: goederen gewonnen door diefstal of verovering

Welk woordgeslacht heeft buit?

buit is een mannelijk (de).

Hoe gebruik je buit in een zin?

Voorbeeld: “Toen zij de buit wilden verdelen ontstond er al snel een handgemeen.

Etymologie

* In de betekenis van ‘wat men veroverd heeft’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1573

Vertalingen

Engelsbooty, loot
Fransbutin
DuitsBeute
Spaansbotín
Russischдобыча, трофеи