buitenmuur
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- muur aan de buitenkant van een gebouwIn de buitenmuur was een houten poort, waarvan hij het hangslot opende.Aan de buitenmuur is een plaquette te lezen met een versregel van oud-gevangene Anthonie Donker: "Gedenk hun laatste gang door deze poort. Hun leven voor vrijheid en voor recht gegeven. Zet hun strijd voort."
Vertalingen
Engelsouter wall
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek