bureau

onzijdig (het)/byˈro/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een werkmeubel voor administratief- en studiewerk
    Met twee computers staat mijn bureau behoorlijk vol.
    Hij trommelde met de vingertoppen van zijn rechterhand een warrig ritme op het bureau.
    Nog voordat ik mijn pakken en overhemden ging uithangen in de kleerkast in de achterkamer, voerde ik het ritueel uit waarmee ik het bureau als mijn territorium markeerde.
  2. een (politie)kantoor
    Je kunt aangifte doen op het bureau.

Etymologie

*[2] is oorspronkelijk een metonymische betekenis van [1]

Vertalingen

Engelsdesk, writing desk, writing-desk
Fransbureau, bureau
DuitsSchreibtisch, Büro
Spaansescritorio, oficina, despacho
Italiaansscrivania, ufficio
Portugeesescritório
Russischконтора
Chinees办公室
Japans机, 事務所, 執務室
Koreaans사무소, 사무실
Arabischمكتب
Poolsbiurko, biuro
Zweedsskrivbord, kontor