kantoor
onzijdig (het)/kɑnˈtor/
Wat is de betekenis van kantoor?
kantoor betekent: een instelling waar allerlei administratieve handelingen worden uitgevoerd
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een instelling waar allerlei administratieve handelingen worden uitgevoerd
- werkruimte met een of meer bureau's
Voorbeelden van "kantoor" in een zin
- Hij ging gisteren weer naar kantoor om nog wat extra werkzaamheden uit te voeren.
- Maar na een week in de woestijn en 5.000 dollar lichter, zit je vaak gewoon weer op maandagochtend op kantoor in een vergadering over targets.
- ' Op een gegeven ogenblik moet ik het kantoor in Bread Street hebben verlaten en zijn teruggelopen naar het metrostation bij St Paul's.
- Ik herinner me dat hij zei: 'Tot een uur geleden was ze nog bij mij op kantoor.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans comptoir, in de betekenis van ‘werkvertrek, bureau’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1524
Uitdrukkingen
- Aan het verkeerde kantoor zijn — Iemand die je niet kan helpen
Vertalingen
Engelsoffice
Fransbureau
DuitsBüro
Spaansoficina, despacho
Italiaansufficio
Poolsbiuro
Zweedskontor
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek