buurkind
onzijdig (het)/'byrkɪnt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- kinderen die naast je wonenEen 46-jarige man is woensdag aangehouden, omdat hij een buurkind in het gezicht had geslagen. Tubantia 17-05-10 [https://www.tubantia.nl/enschede-e-o/buurkind-geslagen~a8dda216/ Buurkind geslagen]De charlatan hield praktijk aan huis en overtuigde de buurt ervan dat hij arts was. Hij schreef een buurkind van negen met nekpijn een onduidelijk drankje voor. De ouders van twee andere kinderen van twee en vier kregen medicijnen mee voor dezelfde kwaal. Geen van de patiëntjes lijkt aan de onbekende middelen iets te hebben overgehouden. Reformatorisch Dagblad 18-04-2016 [https://www.rd.nl/vandaag/buitenland/kwakzalver-gaf-duitse-kinderen-medicijnen-1.540440 Kwakzalver gaf Duitse kinderen medicijnen]Burenruzies gaan nooit om alleen maar een wasrekje waarvan de pootjes over een gemeenschappelijke schutting te zien zijn. Ze zijn een opeenstapeling van die pootjes, van buurkinderen die via de trampoline in je tuin loeren, van een buurkat die in je bakken kakt en van de afzuigkap van de buuf die curry-, frituur- en kooldampen je slaapkamer in blaast. De Telegraaf ELLA VERMEULEN 25 sep. 2016 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/1272087/help-ik-heb-een-horrorbuurvrouw 'Help! Ik heb een horrorbuurvrouw']
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek