buurman

mannelijk (de)/ˈbyrmɑn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een man naast wie men woont
    Toen mijn buurman op vakantie was, zorgde ik voor zijn huisdieren.
    Even is het stil, alsof hij een witregel laat vallen, kijkt me als zijn buurman aan tafel indringend aan, en daar gaat hij, in lijzig uitgesproken, gebeeldhouwde zinnen. de Volkskrant John Schoorl25 februari 2019 [https://www.volkskrant.nl/cultuur-media/81-jarige-kunstenaar-david-hockney-woont-in-los-angeles-met-zijn-entourage-en-komt-de-dag-door-met-heel-veel-sigaretten-maar-zonder-alcohol~b394910a/ 81-jarige kunstenaar David Hockney woont in Los Angeles met zijn entourage en komt de dag door met heel veel sigaretten, maar zonder alcohol]

Etymologie

*van Middelnederlands "buurman", op te vatten als

Uitdrukkingen

  • Al te goed is buurmans gek.Wie te goed is voor anderen, wordt daar gemakkelijk zelf het slachtoffer van.
  • Veeg eerst voor uw eigen deur en dan voor die van uw buurman / Wied eerst uw eigen tuintje schoon en dan dat van uw buurman.Je dient eerst eens goed naar je eigen fouten te kijken alvorens kritiek op anderen te hebben.
  • Buurmans leed troost.Het eigen leed wordt minder zwaar als je ziet dat anderen ook lijden. (vgl. Gedeelde smart is halve smart)
  • Als uw buurmans huis brandt, ligt uw schade voor de hand.Het is ook voor jouzelf van belang dat alles goed gaat bij de ander.
  • Als uw buurmans huis brandt, is het tijd dat gij uitziet.Als er bij de ander iets vervelends gebeurt, kun je dat als een goede les/waarschuwing voor jezelf zien.
  • Wie in een glazen huis woont, moet geen stenen op zijns buurmans dak werpen.Doe geen dingen die ongunstig voor jouzelf kunnen uitpakken.
  • Koop je buurmans koe en trouw je buurmans dochter.Mooie dingen hoef je vaak niet ver van huis te zoeken.
  • : birman

Vertalingen

Engelsneighbour, neighbor
Fransvoisin
DuitsNachbar
Spaansvecino
Italiaansvicino
Portugeesvecino
Poolssąsiad
Zweedsgranne