camber

mannelijk (de)/'kɛmbər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de afwijkende stand van de wielen van een voertuig ten opzichte van de verticale lijn door het wiel
  2. eenzijdige slijtage van autoband door bovenbeschreven afwijking

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘eenzijdige slijtage van autoband’ voor het eerst aangetroffen in 1954