camber
mannelijk (de)/'kɛmbər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de afwijkende stand van de wielen van een voertuig ten opzichte van de verticale lijn door het wiel
- eenzijdige slijtage van autoband door bovenbeschreven afwijking
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘eenzijdige slijtage van autoband’ voor het eerst aangetroffen in 1954
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek