cambrium
onzijdig (het)/ˈkɑmbrijʏm/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (geologie) geologisch tijdperk waarin een grote verscheidenheid aan meercellige levensvormen ontstond, eerste periode van het era paleozoïcum; van 541 tot 485 miljoen jaar geledenDaartegenover staat, dat na het cambrium het voorkomen van fossielen in de gesteenten regelmatig is toegenomen.
Etymologie
*van "Cambrian", naam in 1835 voorgesteld door de Engelse geoloog A. Sedgwick; afgeleid van Latijn "Cambria" "Wales" , naar het gebied waar de eerste kenmerkende vondsten uit deze periode zijn gedaan[http://83.247.6.40:8080/railo/viewer/?publisher=ForumC&publication=Radix&pagenumber=8%3B9%3B10%3B11%3B12%3B13%3B14%3B15%3B16%3B17%3B18%3B19%3B20%3B21%3B22%3B23%3B24%3B25%3B26%3B27%3B28%3B29%3B30%3B31%3B32&type=article&pdate=19770401&fname=19770401-00-ART-172072.xml&search= "Ontstaan en ontwikkeling van de geologische tijdtafel" in Radix (1 April 1977) op website: digibron.nl]; pp. 68 en 69; geraadpleegd 2016-01-27
Vertalingen
EngelsCambrian
FransCambrien
SpaansCámbrico
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek