cambium
onzijdig (het)/'kɑmbijʏm/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- steeds aangroeiend weefsel tussen bast en hout
Etymologie
* Leenwoord uit het middeleeuws Latijn, in de betekenis van ‘steeds aangroeiend weefsel tussen bast en hout’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1857
Vertalingen
Spaanscámbium
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek