carga
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈkɑrɣa/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheepvaart) lading van een vrachtschipDe carga van Oost-Indië is goed.
- (scheepvaart) document dat beschrijft wat er in een vrachtschip is geladen{{ouds
- (beroep) (geschiedenis) vertegenwoordiger van een handelshuis die een scheepslading begeleid en na aankomst op de bestemming zorgt voor de verkoop ervan en de inkoop van een lading voor de terugreis{{ouds
- (eenheid) (geschiedenis) (Antillen) maat voor een hoeveelheid handelswaarMaïsstokken (paloe maisji) meet men per vaam, dracht of carga, d.i. een bos, die in het midden een omvang heeft van 6 Eng. voet, goed gepakt en ongerekend de meerdere of mindere lengte der stokken.
Etymologie
*van "carga"
Uitdrukkingen
- allemaal goede zuivere carga
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek