cartridge

mannelijk/vrouwelijk (de)/'kɑːrtrɪtʃ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. inktpatroon voor een printer
    De inktjetprinter was heel erg goedkoop, maar de cartridges zijn vreselijk duur.
  2. patroon voor een geweer of pistool
  3. informatica (informatica) uitwisselbare informatiedrager voor een computer
    Ik heb een nieuwe spelcartridge voor mijn computer gekocht.

Etymologie

*leenwoord uit het Engels