Charel
mannelijk (de)/ˈʃarəl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (persoon) ruwe, stoere manHewel, ik zeg u, als die blauwpoot, de blauwpoot van de flaminganten, wèl kan vliegen als het onweêr is, dan moet het een fameuze zijn, een ‘charel’, ‘ééne uit de duizend.’
- (persoon) man of jongen die zich niet zo strikt aan maatschappelijke regels houdt
- (seksualiteit) (eufemisme) mannelijk geslachtsorgaanAls de Schele Vanderlinde 't schavot op ging,Was het den eerste keer dat zijne charel hing.
Etymologie
*van de jongensnaam "Charel" een vorm van "Charles" / "Karel" en op die manier mogelijk cognaat met "kerel"
Uitdrukkingen
- je bent een charel
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek