chemie

vrouwelijk (de)/xeˈmi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wetenschap (wetenschap) wetenschap die zich bezig houdt met de kennis van de stoffen zoals die zijn opgebouwd uit atomen
    „Dit is zeer interessant. En ook zeer relevant voor de manier waarop wij met plastics omgaan”, zegt Bert Klein Gebbink, hoogleraar Organische chemie en katalyse aan de Universiteit Utrecht, die zelf niet bij het onderzoek betrokken is. Volgens hem brengt dit onderzoek de zogeheten chemische recycling van plastics een stap dichterbij.Marcel aan de Brugh NRC 21 juni 2016
  2. figuurlijk (figuurlijk) harmonieuze samenwerking, m.n. in politieke context
    - Er bestaat goede chemie tussen de hoofdrolspelers Rutte, Verhagen en Wilders.[http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2824/Politiek/article/detail/2616634/2011/07/11/Waar-blijft-het-grote-gebaar-op-links.dhtml Volkskrant 2011]
    - Er zijn verschillende redenen om van toneel te houden: omdat een voorstelling bijvoorbeeld het resultaat kan zijn van de chemie tussen acteur en zaal.Ellen Deckwitz NRC 23 juni 2016

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘scheikunde’ voor het eerst aangetroffen in 1614

Uitdrukkingen

  • De chemie ontbrak

Vertalingen

Engelschemistry
Franschimie
DuitsChemie
Spaansquímica
Italiaanschimica
Japans化学
Turkskimya
Poolschemia