chronisch
/ˈkronis/
Wat is de betekenis van chronisch?
chronisch betekent: voortdurend, aanhoudend, nooit helemaal genezend
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- voortdurend, aanhoudend, nooit helemaal genezend
Voorbeelden van "chronisch" in een zin
- Astma is de meest voorkomende chronische ziekte onder kinderen.
Etymologie
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘langdurig’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824
Vertalingen
Duitschronisch
Engelschronic
Franschronique
Italiaanscronico
skchronický
Spaanscrónico
cschronický
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek