commies

mannelijk (de)/kɔˈmis/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) titel van bepaalde ambtenaren of beambten in overheidsdienst in het bijzonder grensbeambte

Etymologie

*afgeleid van het Franse commis of het Latijnse werkwoord 'mittere' (plaatsen, zenden) ()