commies
mannelijk (de)/kɔˈmis/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) titel van bepaalde ambtenaren of beambten in overheidsdienst in het bijzonder grensbeambte
Etymologie
*afgeleid van het Franse commis of het Latijnse werkwoord 'mittere' (plaatsen, zenden) ()
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek