concessie

vrouwelijk (de)/kɔn'sɛsi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. toegeving aan wensen of eisen van de tegenpartij met als doel om tot een overeenkomst te komen
    Tijdens de onderhandelingen moesten beide partijen concessies doen.
    Op een moment dat de democratie aan kracht verliest op uiteenlopende plekken als Hongarije, India, Turkije en de Verenigde Staten, herinneren deze gebeurtenissen ons eraan dat de afbrokkeling vaak geleidelijk gaat, door de stapsgewijze overgave van degenen die haar zouden moeten verdedigen. Met elke concessie worden autocraten brutaler, verdedigingen zwakker en wordt terugdraaien moeilijker.[https://www.nrc.nl/nieuws/2025/09/25/waarschuwingen-uit-weimar-a4907275 www.nrc.nl (25 sep 2025)]
  2. juridisch, politiek (juridisch), (politiek) vergunning van overheidswege met uitsluiting van anderen
  3. juridisch, politiek (juridisch), (politiek) gebied waarvoor men een vergunning van de overheid heeft

Etymologie

*afgeleid van het Franse concession of daarvoor van het Latijnse 'concessiō'

Vertalingen

Engelsconcession
Fransconcession
Spaanscesión, concesión, concesión