conciërge
mannelijk/vrouwelijk (de)/kɔnˈʃɛrʒə/
Wat is de betekenis van conciërge?
conciërge betekent: (beroep) een huisbewaarder, een toezichthouder in een gebouw
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) een huisbewaarder, een toezichthouder in een gebouw
Voorbeelden van "conciërge" in een zin
- `De conciërge?'`Hij haat dat woord, al bevalt de etymologie ervan hem wel. Hij heeft mij geleerd dat het is afgeleid van "comte des cierges", de graaf der kaarsen.
- Hij keek nu als een hoogst verontwaardigde conciërge die zojuist twee brugklassers had betrapt op het roken van een sigaret in de toiletten. Voetje voor voetje schuifelden ze zijn kant op.
Etymologie
*van het Franse 'concierge' ()
Vertalingen
Engelsporter, caretaker, concierge
Fransconcierge
DuitsHausmeister
Spaansconserje, portero
Italiaansportiere
Portugeesporteiro
Zweedsvaktmästare
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek