concreetheid

vrouwelijk (de)/kɔŋ'krethɛɪt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het heel tastbaar zijn
    Maar ondanks de parodistische overduidelijke concreetheid van zowel beeld als geluid was het nog moeilijker om te accepteren dat hij zich werkelijk in een Duitse stad bevond waar hij nauwelijks van had gehoord.

Etymologie

* afleiding van concreet