concurrentiekracht

mannelijk/vrouwelijk (de)/kɔŋkʏˈrɛn(t)siˌkrɑxt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de mate waarin iets of iemand op een bepaald gebied iets beter doet in vergelijking met soortgelijke anderen en daardoor verkozen wordt boven een die anderen
    Op de lange termijn voorziet IAG geen noemenswaardige gevolgen voor bijvoorbeeld de winstgevendheid of concurrentiekracht. De eveneens Britse prijsvechter easyJet denkt ook dat blijvende schade kan worden vermeden, mits de regering op tijd regelt dat Groot-Brittannië deel blijft uitmaken van de Europese luchtvaartmarkt. Tubantia 24 juni 2016 [https://www.tubantia.nl/economie/winstalarm-moederbedrijf-british-airways~a39f12e0/ Winstalarm moederbedrijf British Airways]
    Hoewel Timmermans erkende dat dergelijke maatregelen maatschappelijk gevoelig liggen, is dit beleid volgens hem geen bureaucratische bemoeizucht. "Het is goed voor innovatie, de Europese concurrentiekracht en de strijd tegen klimaatverandering. En het bespaart burgers geld." Tubantia 8 november 2016 [https://www.tubantia.nl/economie/energiezuinige-apparaten-kunnen-huishoudens-330-euro-schelen~a52cea01/ Energiezuinige apparaten kunnen huishoudens 330 euro schelen]