consul-generaal

mannelijk (de)/ˈkɔnzʏlɣenəˌral/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep, diplomatie (beroep) (diplomatie) iemand die leiding geeft aan een of meer vertegenwoordigingen van een staat in het buitenland die daar verblijvende burgers van de staat advies en hulp kunnen geven
    De Poolse ambassadeur en zijn consul-generaal kwalificeerden de situatie van hun werkende landgenoten als die van een „parallelle samenleving”, waar Den Haag geen greep op heeft, en ook de indruk wekt daarin niet erg ambitieus te zijn.
    Zoals die keer dat Eric in Shanghai, waar hij consul-generaal was, werd gebeld door iemand die hij nog kende van school. Die wilde hulp bij zaken in China.

Etymologie

* geschreven met een koppelteken volgens onder (2)