couvert

onzijdig (het)/kuˈvɛːr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. huishouden (huishouden) bestek voor één persoon
    Het couvert ligt naast het bord.
  2. briefomslag, enveloppe, envelop
    Het werd onder couvert verzonden.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘briefomslag’ voor het eerst aangetroffen in 1656

Vertalingen

Engelsforks, knives and spoons
Spaanscubierto