couveuse

vrouwelijk (de)/kuˈvøzə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een medisch apparaat waarin zieke of te vroeg geboren baby's in een gecontroleerde omgeving geobserveerd en verpleegd kunnen worden
    In een couveuse kan de temperatuur worden geregeld, wat voor prematuren nodig is omdat zij nog geen of erg weinig eigen lichaamsvet hebben en daardoor niet in staat zijn hun eigen lichaamstemperatuur te regelen.

Etymologie

*afgeleid van het Franse couver = uitbroeden

Vertalingen

DuitsBrutkasten, Inkubator