Daas
mannelijk/vrouwelijk (de)/das/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (tweevleugeligen) steekvlieg uit een familie van bloedzuigende insecten die behoren tot de orde tweevleugeligen (Diptera)
Etymologie
*(bijvoeglijk naamwoord) Van "daes"; nevenvorm van dwaas (zie ook bedeesd). In de betekenis van ‘onwijs’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1350
Vertalingen
Engelshorsefly, cleg, gad-fly
Franstaon
DuitsBremse
Spaanstábano
Italiaanstafano
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek