dakvenster

onzijdig (het)/'dɑkfɛnstər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. raam dat in een dak zit
    Ik opende het dakvenster en verwelkomde de kille, ziltige buitenlucht.
    Keuken en zit-groep baden in licht dat via voorraam, dakvenster en dakluik binnenvalt. Let vooral ook op het plafondpaneel dat één geheel vormt met dakvenster en dakluik en dat is voorzien van indirecte sfeerverlichting.

Vertalingen

Engelsdormer-window, attic window, roof window