dal
mannelijk (de)/dɑl/
Wat is de betekenis van dal?
dal betekent: (geologie) een laagte in een heuvel- of bergstreek
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (geologie) een laagte in een heuvel- of bergstreek
zelfstandig naamwoord
- een bepaald soort tegel
Voorbeelden van "dal" in een zin
- In een dal is er meer kans op overstromingen dan in hoger gelegen gebieden.
- Toen Teresa zich omdraaide naar het huis, zag ze dat Sarah hen nakeek; ze bleef bij het raam staan tot ze in het dal waren en ze haar niet meer konden zien.
- De hagen trekken donkere strepen over het landschap en beneden in het dal zijn mensen die door een weiland wandelen.
Etymologie
* In de betekenis van ‘vallei’ voor het eerst aangetroffen in 856
Uitdrukkingen
- pieken en dalen — hele goede en hele slechte periodes / resultaten hebben
- door een diep dal gaan — een heel moeilijke periode hebben
- uit het dal klimmen — na een moeilijke periode weer beter worden
Vertalingen
Engelsvalley, dale, glen
Fransvallée
DuitsTal
Spaansvalle
Italiaansvalle
Portugeesvale
Russischдолина
Chinees谷
Japans谷
Arabischسهل, وادي
Turksvadi
Poolsdolina
Zweedsdal
Deensdal
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek